Op zaterdag 21 mei worden er op de Voorzaan roeiwedstrijden georganiseerd voor beginnende roeiers van alle roeiverenigingen in Nederland. Deze wedstrijden staan in het kader van 140 jaar ZZV. De vereniging werd in juli 1882 opgericht in Westzaan, in de woning van de familie Tip aan de J.J. Allanstraat 384 en vlakbij de Weelsloot. Dit eeuwenoude pand met de karakteristieke Zaanse gevel staat er nog steeds! (Een verre nazaat van die familie Tip is thans bij ons roeilid).


De ZZV was oorspronkelijk alleen een zeilclub. In november 1935 werd de roeiafdeling opgericht en werd gehuisvest in de houten jollenloods uit 1928, welk pand heeft gestaan, waar nu de roeivlotten liggen. Reeds in 1936 werden de eerste roeiwedstrijden op de Voorzaan gehouden en waaraan ook de toenmalige burgemeester van Zaandam In het Veld meedeed. Deze wedstrijden, die eerst in september werden verroeid en sinds de jaren ’50 steeds in mei (rond Moederdag), zijn precies 40 jaar (t/m 1976) elk jaar gehouden, ook in de oorlog (m.u.v. 1944 – toen werd het te gevaarlijk, gezien het verloop van de strijd). Tot begin jaren ’70 waren deze wedstrijden in de roeiwereld zeer populair en er werden vele series voorwedstrijden verroeid, voordat op de zondag de finales konden worden afgewerkt. Hoofdnummer was Jonge Vieren, dat werd gevaren in de z.g. Overnaadse Vieren (oars roeien = enkel) en vooral in dit nummer waren er zeel veel deelnemende ploegen, vooral van studentenclubs. Er hangt nog een poster aan de prijzenkast uit 1972, waarop dit hoofdnummer wordt vermeld.

Op zo’n wedstrijdweekend was het beide dagen een drukte van belang. Niet alleen van vele roei(st)ers, maar ook was er een grote groep vrijwilligers het gehele weekend van ‘s-morgens vroeg tot ‘s-avonds laat in touw. Denk aan de wedstrijdleiding, de kamprechters, start en finishbezetting, telefoonposten, omroepers, het in goede banen leiden van de oproeiers, barbezetting, vlothonden enz. enz.  Maar ook de week voor het wedstrijdweekend was er veel te doen aan de voorbereidingen. Het botenterrein was meestal bij de houthandel William Pont (later PontMeijer) en soms bij het distributiecentrum van Simon de Wit aan de overkant (waar Simon en zijn vrouw Miep woonden – daar werden ook maandelijks, al vanaf januari de wedstrijdvergaderingen gehouden, want er waren ook vergunningen nodig van de gemeente, de Havendienst, waterpolitie enz. wat al ruim van te voren moest worden geregeld). Wat betreft het technische werk: De vlotten moesten naar het botenterrein worden getransporteerd en daar moest een oploop bevestigd worden met baddings vanaf het vlot naar de hoge wal. De communicatie verliep middels oude legertelefoons (afgedankt door het leger, maar nog in goede staat – de toestellen werkten op batterijen – van die platte witte kat-batterijen) en moesten met draden worden verbonden. Dat betekende dus: Draden met een haspel uitrollen vanaf de start bij de (nog bestaande) betonnen steiger via de 500m (daar was een houten steiger met telefoonpost) naar de finish = 1000m bij de jachthaven. Sommige nummers waren over 1700m = tot achterin de Voorzaan. Ook daar ging een draad naar de telefoonpost en ook naar het botenterrein (via het water), waar een post zat in een kantinewagen van Van Braam, die ook betrokken was bij de organisatie. Hier stond ook een weegschaal, want de roeiers in de divisie Licht mochten gemiddeld niet zwaarder zijn dan 70 kg (max 72,5, doch gemiddeld max. 70). En de stuurman/vrouw moest minimaal 50 kg wegen. Wie dat niet haalde moest het tekort aanvullen met zandzakjes á 1 kg. En op de roeibaan piketten uitzetten om de boten letterlijk in de goede baan te leiden.
       
De laatste twee edities werden in de toen nagelnieuwe accommodatie afgewerkt, maar eerder was de houten loods het centrum, waar alles om draaide. Er was een kleine bar in het komboffie, maar die was ontoereikend op de wedstrijden. Daarom werd er ook een buitenbar in elkaar gezet in de oude fietsenstalling. De wedstrijdleiding zetelde in de kleine starttoren op het dak en van daaruit werkte ook de omroeper, die telefonisch contact had met de posten langs de baan. Van daaruit werd de positie van de deelnemende boten doorgebeld en dat werd via de omroepinstallatie meegedeeld op de jachthaven en op het botenterrein. Een van die omroepers, die dit jaren achtereen heeft gedaan was Wout Brinkhuis.
       
Vanwege het grote aantal deelnemers waren de beide kleedkamers gereserveerd voor de dames. De heren werden ‘verbannen’ naar het gymlokaal van de toenmalige Havenschool (thans partycentrum). Ook hiervoor was vergunning nodig van de gemeente. De vloer moest geheel afgedekt worden met dekzeilen, die we huurden van Dekker Watersport, die toen nog gevestigd was aan de Rozengracht in het centrum van Zaandam. Ook moesten daarvoor flink wat houten kapstokken in elkaar gezet worden. Bij die gymzaal was slechts één douche voor al die kerels!  Kortom: De gehele week voor de wedstrijden was er al een hoop te doen.

 De wedstrijden werden voornamelijk verroeid door studenten. ZZV nam ook wel deel, maar vergeleken met het latere achtenroeien op de Heineken en de Head en de huidige deelname aan o.a. de Lingebokaal was onze roeivereniging nogal ondervertegenwoordigd. Soms was er een ploeg voor het overnaadse nummer, maar vaak bleef het aantal deelnemers beperkt tot enkele skiffeurs en een enkel tweetje. Zonder anderen tekort te doen noem ik Alex Holtkamp, die meerdere keren in de skiff meedeed. In 1961 wist een jeugdvier van ZZV kampioen te worden. Slagroeier was Maarten Berkhout en Ru Metselaar was de coach van die ploeg. En bij de laatste editie in 1976 roeide Hans van Ruler in de skiff over 1000 m en Eric Zwart en Yeb-Jan van Ditshuizen in de Simon, een gladde oarstwee (genoemd naar Simon de Wit).
         
Tot ongeveer 1972 was de deelname aan onze wedstrijden zeer groot, maar daarna liep het aantal inschrijvingen jaarlijks terug. Maatschappelijke ontwikkelingen, waardoor het studentenroeien terugliep, maar ook wedstrijden elders (bijv. in Gent, de Zuidelijke Roeibond en op de Bosbaan de Holland Beker) in mei deden uiteindelijk onze wedstrijden de das om. De inschrijfgelden kelderden, maar de kosten bleven. Denk aan de veerpont, die continu heen en weer voer tussen het botenterrein en de Havenstraat, wat moest worden afgehuurd. Er zat het gehele weekend een arts en de huur van de gymzaal en dekkleden kostten ook niet niks. kortom: In 1977 viel het doek.

Wel zijn er op de Voorzaan nog regiowedstrijden gehouden. dat waren roeiwedstrijden over 500 m (soms 1000 m, maar meestal 500 in diverse type boten) in de regio van de Amsterdamse Roeibond. In het voorjaar vier wedstrijden in verschillende weekends en op verschillende verenigingen en in het najaar evenzo. ZZV was vaak een van de organiserende verenigingen, meestal in de voorjaarsreeks en er deden ook ZZV-leden hieraan mee. In de jaren ’80 was er veel animo voor deze wedstrijden, maar later zakte het in de benen en het bestaat niet meer. Voorlopig einde van roeiwedstrijden op de Zaan. Tot een kleine tien jaar geleden de jeugdwedstrijden in Juni werden verroeid (tot Coronatijd).

Toen de Nationale Roeiwedstrijden in 1976 op de Zaan stopten was Folkert van Zinderen-Bakker wedstrijdcommissaris. Folkert zou Folkert niet geweest zijn, als hij niet naar een alternatief zou hebben gezocht. Het was de tijd van opkomende lange afstandwedstrijden, met name voor veteranen. De Head op de Amstel dateert al vanaf de jaren ’30 van de vorige eeuw, maar de Heineken vanaf 1973 (afgekeken van het schaatsen – de tijd van Ard en Keessie!). En ook de Batavierenrace van rv. Gouda op de Oude Rijn en de Zwarte Waterkampioenschappen van de Zwolsche, Proteus-Eretes-in-het-lang, Spaarnewedstrijden in oktober, de Alkmaar-Akerslootrace enz. Folkert dacht: Wat zij kunnen, kunnen wij ook (op de Achterzaan). En inderdaad: Van 1980 tot 1996 werd aldaar de Zaanregatta verroeid over 8 en over 6 km. Over die wedstrijden een volgende keer.
    
Op 21 mei roeien niet alleen jeugd en niet alleen deelnemers van de regio Amsterdam, maar uit het hele land over 1000 m op de Voorzaan. Dan herleven de oude tijden van de Moederdagwedstrijden van weleer! Ook dan zal een groot aantal vrijwilligers nodig zijn om alles goed te laten verlopen. En voor de oudere leden, die de wedstrijden van toen nog hebben meegemaakt: Kom die dag eens kijken. En zie hoe niet alleen de (beginnende) roeiers, maar ook hoe de organisatie het er die dag vanaf brengt. Ik kijk er naar uit om die sfeer van toen nog een keer te proeven!

Dirk