Statuten

Overgenomen uit de Statuten en Huishoudelijk Regelement Zaanlandsche Zeil Vereeniging K.v.K. voor Zaanland No. 40617144.

Naam, zetel en duur.

Artikel 1.

  1. De vereniging draagt de naam ”Zaanlandsche Zeil Vereeniging” bij wijze van afkorting ook aan te duiden als ZZV.
  2. Aan de naam der vereniging kan in het maatschappelijk verkeer worden toegevoegd een aanduiding die betrekking heeft op één der hierna te noemen afdelingen der vereniging.
  3. De vereniging is opgericht voor onbepaalde tijd op dertig juli achttienhonderdtweeëntachtig en heeft haar zetel in Zaandam-Zaanstad.

Doel en middelen.

Artikel 2.

  1. De vereniging stelt zich ten doel de beoefening en de bevordering van de watersport in de ruimste zin des woords, met al het geen daartoe behoort of daarmede maar enigszins verband houdt.
  2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door:
    1. het organiseren van wedstrijden en tochten.
    2. het verwerven en in stand houden van de nodige accommodatie
    3. het verstrekken van voorlichting door onder andere het houden van cursussen en lezingen en het uitgeven van een verenigingsorgaan en andere publicaties.
    4. het bevorderen van de saamhorigheid tussen de leden door het houden van vergaderingen en andere bijeenkomsten.
    5. het – mede in het verband van het lidmaatschap van landelijke organisaties op het gebied, waarop de vereniging zich beweegt – samenwerken met andere organisaties met een zelfde of vergelijkbare doelstelling.
    6. het behartigen van de belangen van de watersport bij overheids- en andere instanties.
    7. alle overige middelen, die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

Structuur van de vereniging.

Artikel 3.

  1. De vereniging kent de volgende afdelingen:
    1. Zeil & motorbootafdeling.
    2. Roeiafdeling.

De afdelingen zijn gerechtigd tot het voeren van een eigen naam mits daar aan wordt toegevoegd ”Onderafdeling ZZV”.

  1. De vereniging kent naast de afdelingen de volgende organen:
    1. het Algemeen Bestuur.
    2. de Afdelingsbesturen.
    3. de Algemene ledenvergadering.
    4. de Afdelingsvergaderingen.

Leden.

Artikel 4.

  1. De vereniging kent:
    1. gewone leden.
    2. Juniorleden.
    3. Jeugdleden.
    4. Ereleden.
    5. Leden van verdienste.
  2. Overal waar in deze statuten gesproken wordt over leden worden daar onder verstaan de gewone leden hiervoor in lid 1 sub a bedoeld, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk blijkt.
  3. Het algemeen bestuur houdt een register bij, waarin de namen en adressen van de leden, de juniorleden, de jeugdleden, de ereleden en de leden van verdienste, alsmede voor zover van toepassing de afdelingen waartoe zij behoren, zijn opgenomen.

Gewone leden.

Artikel 5.

  1. Gewone leden zijn natuurlijke personen, die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, zich als zodanig hebben aangemeld en zijn toegelaten.
  2. Gewone leden dienen bij hun aanmelding dan wel tijdens hun lidmaatschap kenbaar te maken te willen behoren tot één of meerdere afdelingen, hiervoor in artikel 3 lid 1 bedoeld met inachtneming van het hierna in artikel 21 bepaalde.

Juniorleden en jeugdleden.

Artikel 6.

  1. Juniorleden zijn natuurlijke personen die bij de aanvang van het verenigingsjaar de leeftijd van vijftien, doch nog niet van achttien jaar hebben bereikt (en derhalve
    nog niet kwalificeren als gewoon lid)..
  2. Jeugdleden zijn natuurlijke personen, die bij de aanvang van het verenigingsjaar de leeftijd van vijftien jaar nog niet hebben bereikt.
  3. Juniorleden en jeugdleden dienen bij hun aanmelding dan wel tijdens hun lidmaatschap kenbaar te maken te willen behoren tot één of meerdere afdelingen, hiervoor in artikel 3 lid 1 bedoeld met achtneming van het hierna in artikel 21 bepaalde.
  4. Juniorleden en jeugdleden hebben het recht alle door de vereniging georganiseerde wedstrijden, oefeningen, cursussen en andere evenementen bij te wonen, en hebben zodanige rechten en verplichtingen als bij of krachtens deze statuten bepaald.

Toelating gewone leden, juniorleden en jeugdleden.

Artikel 7.

  1. Het afdelingsbestuur beslist over de toelating van gewone leden, junior leden en jeugdleden van die betreffende afdeling.
  2. Indien toelating wordt geweigerd geeft het afdelingsbestuur daarvan gemotiveerd aan de betrokkene kennis. Door de afdelingsvergadering kan alsnog tot toelating worden besloten, indien daartoe door de betrokkene uiterlijk dertig dagen na verzending door het afdelingsbestuur van zijn afwijzing schriftelijk de wens aan het afdelingsbestuur wordt kenbaar gemaakt.

Ereleden, leden van verdienste.

Artikel 8.

  1. Ereleden zijn zij, die op voordracht van het algemeen bestuur als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd vanwege hun verdiensten voor de vereniging.
  2. Leden van verdienste zijn zij, die op voordracht van het algemeen bestuur door de algemene vergadering als zodanig zijn benoemd, omdat zij zich op enigerlei terrein voor de vereniging verdienstelijk hebben gemaakt.
  3. Ereleden en leden van verdienste hebben dezelfde rechten en verplichtingen als gewone leden voor zover in deze statuten niet anders is bepaald.

Einde van het gewone lidmaatschap.

Artikel 9.

  1. Het gewone lidmaatschap eindigt:
    1. door overlijden.
    2. door opzegging door het lid.
    3. door opzegging namens de vereniging; deze kan geschieden indien een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij deze statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijze van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    4. door ontzetting namens de vereniging; deze kan alleen worden uitgesproken indien een lid in strijd met de statuten, reglementen of enig besluit van de vereniging handelt, dan wel de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door een lid geschiedt schriftelijk aan de afdelingssecretaris; opzegging namens de vereniging geschiedt bij aangetekend schrijven door het algemeen bestuur.
  3. Opzegging van het lidmaatschap kan te allen tijde geschieden met achtneming van een termijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap op kortere termijn worden beëindigd indien van het lid of van de vereniging redelijkerwijze niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  4. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond van het feit, dat redelijkerwijze van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren staat de betrokkene binnen dertig dagen na verzending van de kennisgeving tot opzegging door het algemeen bestuur beroep op de algemene vergadering vrij. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van geldelijke aard van de leden zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
  6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door de algemene vergadering met ingang van een bij dat besluit te bepalen tijdstip. Van dit besluit wordt de betrokkene ten spoedigste door het algemeen bestuur bij aangetekend schrijven in kennis gesteld.
  7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het gehele jaar verschuldigd, tenzij het algemeen bestuur anders besluit.

Einde van het juniorlidmaatschap en jeugdlidmaatschap.

Artikel 10.

  1. juniorlidmaatschap en jeugdlidmaatschap eindigt door:
    1. overlijden.
    2. opzegging door het junior- of jeugdlid.
    3. opzegging door de vereniging.
  2. Opzegging door of namens het junior- of jeugdlid geschiedt schriftelijk aan de afdelingssecretaris, opzegging door de vereniging geschiedt schriftelijk door het algemeen bestuur, in beide gevallen dient een opzeggingstermijn van vier weken in acht te worden genomen.
  3. Indien het junior- of jeugdlidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage over het gehele jaar verschuldigd, tenzij het algemeen bestuur anders besluit.

Begunstigers.

Artikel 11.

  1. Begunstigers zijn zij, die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen zonder aan haar activiteiten deel te nemen en na aanmelding bij het algemeen bestuur door het algemeen bestuur als zodanig zijn toegelaten.
  2. Ten aanzien van het einde van het begunstigerschap vindt het hiervoor in artikel 10 leden 2 en 3 bepaalde overeenkomstige toepassing.
  3. Begunstigers hebben toegang tot zodanige evenementen van de vereniging, als het algemeen bestuur zal dienstig voorkomen en overigens zodanige rechten en verplichtingen, als bij of krachtens deze statuten bepaald.
  4. Het algemeen bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van de begunstigers zijn opgenomen.

Jaarlijkse bijdragen.

Artikel 12.

  1. De leden, juniorleden, jeugdleden en begunstigers zijn een jaarlijkse bijdrage verschuldigd, waarvan de hoogte door de algemene vergadering wordt vastgesteld. Zij worden daartoe door de algemene vergadering in categorieën ingedeeld aan de hand van zodanige criteria als door de algemene vergadering vast te stellen. De bijdrage kan per categorie verschillend zijn.
  2. Door het afdelingsbestuur kan in bijzondere gevallen, te zijner beoordeling, ontheffing van de verplichting tot betaling van de jaarlijkse bijdrage of een deel daarvan worden verleend.
  3. Ereleden en leden van verdienste zijn van de verplichting tot betaling van een jaarlijkse bijdrage vrijgesteld, tenzij zij tevens gewoon lid van de vereniging zijn.

Algemeen bestuur.

Artikel 13.

  1. De vereniging wordt bestuurd door een algemeen bestuur, bestaande uit tenminste vier leden. Het aantal bestuursleden wordt bepaald door de algemene vergadering op voorstel van het algemeen bestuur.
  2. Van het algemeen bestuur maken deel uit:
    1. de voorzitters van de besturen van de afdelingen, hiervoor in artikel 3 lid 1 bedoeld, door de afdelingsvergaderingen uit de leden dier afdeling gekozen.
    2. twee of meer andere leden van de vereniging, door de algemene vergadering voor zoveel mogelijk uit de verschillende afdelingen van de vereniging gekozen.
  3. De benoeming van de sub b bedoelde bestuursleden geschiedt uit één of meer voordrachten, behoudens het hierna in de leden 4 en 5 bepaalde. Tot het opmaken van zulke voordrachten zijn bevoegd zowel het algemeen bestuur, als tenminste tien leden. De voordracht van het algemeen bestuur wordt bij de oproep tot de vergadering vermeld, die afkomstig van tien of meer leden dient uiterlijk vijf dagen voor de vergadering aan het algemeen bestuur te worden medegedeeld, vergezeld van een akkoordverklaring van de voorgedragen kandidaat.
  4. Door de algemene vergadering kan te allen tijde van de opgemaakte voordracht(en) als hiervoor sub 3 bedoeld worden afgeweken mits met een meerderheid van meer dan twee/derde der uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin meer dan één/derde van de leden aanwezig is.
  5. Is geen voordracht opgemaakt, dan wel is ten aanzien van de opgemaakte voordracht(en) een besluit als hiervoor in lid 4 door de algemene vergadering genomen, dan is zij vrij in haar keuze. In de overige gevallen beslist de algemene vergadering aan de hand van de opgemaakte voordracht(en).
  6. In plaats van de hiervoor in lid 2 sub a bedoelde bestuursleden kunnen door de algemene vergadering andere bestuursleden worden benoemd, mits uit de leden van de desbetreffende afdeling en uitsluitend met een meerderheid van tenminste twee/derde der uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin meer dan één/derde van de leden aanwezig is, aan de hand van een voordracht, afkomstig van tenminste tien leden. Een dergelijke voordracht dient uiterlijk vijf dagen voor de algemene vergadering, volgend op die van de desbetreffende afdeling, waarin een nieuwe voorzitter werd benoemd, aan het algemeen bestuur te worden medegedeeld, vergezeld van een akkoordverklaring van de voorgestelde kandidaat.
  7. De in lid 2 sub a genoemde bestuursleden hebben zitting voor de duur van hun voorzitterschap van de desbetreffende afdeling, de overige- bestuursleden treden af uiterlijk drie jaar na hun benoeming volgens een door het bestuur op te stellen rooster. Een afgetreden bestuurslid is terstond herbenoembaar.

Einde bestuurslidmaatschap/schorsing.

Artikel 14.

  1. Het bestuurslidmaatschap eindigt behalve door periodiek aftreden door:
    1. bedanken.
    2. overlijden.
    3. verlies op andere wijze van het lidmaatschap der vereniging.
    4. voor wat de in artikel 13 lid 2 sub a bedoelde bestuursleden betreft door het einde van hun voorzitterschap van de desbetreffende afdeling.
    5. voor wat alle bestuursleden betreft bij besluit van de algemene vergadering, genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde der uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin ten minste één/derde van de leden aanwezig is.
  2. Een bestuurslid als hiervoor in artikel 13 lid 2 sub a bedoeld is geschorst indien te zijnen opzichte door de desbetreffende afdelingsvergadering een besluit tot schorsing is genomen. Ten aanzien van de overige bestuursleden kan door de algemene vergadering tot schorsing worden besloten. Een schorsing, welke niet binnen drie maanden is gevolgd door een besluit tot ontslag van de afdelingsvergadering of algemene vergadering, eindigt door verloop van die termijn.

Besluitvorming door het algemeen bestuur.

Artikel 15.

  1. Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter, dan wel twee andere bestuursleden dit wenselijk achten.
  2. Zij worden schriftelijk bijeengeroepen door de algemeen secretaris onder vermelding van de agenda met inachtneming van een termijn van tenminste vijf dagen, dag van oproep en die der vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan van bedoelde termijn worden afgeweken.
  3. Indien alle bestuursleden ter vergadering aanwezig zijn kan ook zonder dat aan het hiervoor in lid 2 bepaalde is voldaan, een vergadering worden gehouden, waarin rechtsgeldige besluiten worden genomen.
  4. Voor het nemen van rechtsgeldige besluiten dient de meerderheid der in functie zijnde bestuursleden ter vergadering aanwezig te zijn.
  5. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door middel van een schriftelijke, naar het oordeel van de voorzitter voldoende volmacht door een ander bestuurslid doen vertegenwoordigen. Een aldus vertegenwoordigd bestuurslid wordt voor de toepassing van de wet en deze statuten tot de aanwezigen gerekend.
  6. De voorzitter van de vereniging treedt als voorzitter van de vergadering op. Bij zijn belet of ontstentenis wordt deze functie vervuld door zijn plaatsvervanger, terwijl bij belet of ontstentenis van ook deze de vergadering zelf in haar leiding voorziet.
  7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de algemeen secretaris of zijn plaatsvervanger, dan wel bij belet of ontstentenis van beiden door degene, die daartoe door de voorzitter der vergadering wordt aangewezen.
  8. Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Ingeval van staking van stemmen is geen besluit tot stand gekomen.
  9. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij een van de aanwezigen schriftelijke stemming verlangt.

Taakverdeling, vertegenwoordiging, bevoegdheid.

Artikel 16.

  1. De voorzitter wordt in functie gekozen, terwijl het bestuur uit zijn midden een secretaris, penningmeester en eventueel verdere functionarissen aanwijst.
  2. De vereniging wordt vertegenwoordigd door hetzij:
    1. het algemeen bestuur.
    2. twee bestuursleden gezamenlijk, waaronder de voorzitter of de vicevoorzitter.
  3. Het algemeen bestuur kan bij wijze van delegatie aan de penningmeester bevoegdheid verlenen alleen over de bank- en girorekeningen der vereniging te beschikken en gelden voor haar in ontvangst te nemen.
  4. Het algemeen bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot:
    1. het aangaan van overeenkomsten, tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen.
    2. het aangaan van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt.
    3. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend, dan wel een geldlening wordt verstrekt, onder dit laatste niet te begrijpen het opnemen van gelden krachtens een reeds aan de vereniging verleend bankkrediet. Op het ontbreken van de goedkeuring, in dit lid bedoeld kan voor wat betreft de onder a en b bedoelde rechtshandelingen jegens derden beroep worden gedaan.
  5. Jaarlijks geeft het algemeen bestuur volmacht aan de voorzitters en penningmeesters van de afdelingen. Deze volmachten geven de draagwijdte aan van de financiële verplichtingen die voor rekening van de vereniging door de afdelingen mogen worden aangegaan en waarbij als uitgangspunt zullen dienen de binnen de geconsolideerde begroting van de vereniging voor het desbetreffende jaar vastgestelde begrotingen voor de onderscheiden afdelingen. Voor die handelingen, die de aangegeven grenzen van een volmacht te buiten gaan, is een nadere schriftelijk vastgestelde toestemming van het algemeen bestuur vereist.
  6. Het algemeen bestuur blijft ingeval van het bestaan van één of meer vacatures tot het nemen van besluiten en de uitvoering daarvan bevoegd, indien en zolang nog tenminste drie bestuursleden in functie zijn, onverminderd de verplichting van het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk overeenkomstig het hiervoor in artikel 13 bepaalde in de vacatures te voorzien. Een ter vervulling van een tussentijds ontstane vacature benoemd bestuurslid neemt op het rooster van aftreden, hiervoor in artikel 13 lid 7 bedoeld de plaats van zijn voorganger in.

Verenigingsjaar en boekjaar.

Artikel 17.

  • Het verenigingsjaar en het boekjaar vallen samen met het kalenderjaar.

Geldmiddelen, begroting, rekening en verantwoording, jaarverslag.

Artikel 18.

  1. De inkomsten der vereniging bestaan uit:
    1. bijdragen van de leden zoals deze jaarlijks door de algemene vergadering worden vastgesteld.
    2. bijdragen van begunstigers.
    3. opbrengsten van door de vereniging verrichte diensten, uitgegeven publicaties dan wel uit hoofde van andere activiteiten.
    4. schenkingen, legaten en erfstellingen.
    5. andere baten.
  2. Het algemeen bestuur is bevoegd schenkingen en legaten te aanvaarden; indien daaraan bezwarende voorwaarden zijn verbonden is voor de aanvaarding toestemming van de algemene vergadering vereist. Nalatenschappen kunnen door het algemeen bestuur slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
  3. Jaarlijks wordt in een algemene vergadering, voor het einde van het lopende verenigingsjaar, door het algemeen bestuur een geconsolideerde begroting van inkomsten en uitgaven voor het eerstkomende verenigingsjaar, waarin opgenomen de begrotingen van inkomsten en uitgaven van de afdelingen, vergezeld van een toelichting aan de algemene vergadering ter goedkeuring voorgelegd.
  4. Van de goedgekeurde begroting mag door het algemeen bestuur worden afgeweken in de gevallen en/of in de mate, waarin zulks door de algemene vergadering bij enig reglement dan wel ander besluit is bepaald. In de overige gevallen is voor een dergelijke afwijking goedkeuring van de algemene vergadering vereist. Van de goedgekeurde (deel)-begroting mag door het afdelingsbestuur worden afgeweken na voorafgaand goedkeuringsbesluit van het algemeen bestuur.
  5. Na afloop van elk verenigingsjaar worden door elke afdeling en door de vereniging als geheel een balans per ultimo december van het afgelopen verenigingsjaar, een staat van ontvangsten en uitgaven, alsmede een jaarverslag over het afgelopen verenigingsjaar opgesteld en wel zo tijdig, dat aan het hierna in de leden 6 en 7 van dit artikel gestelde kan worden voldaan.
  6. De in lid 5 bedoelde jaarstukken worden onderzocht door een jaarlijks door de algemene vergadering te benoemen controlecommissie van drie personen, die geen lid mogen zijn van het algemeen bestuur of van enig afdelingsbestuur.
  7. De aldus onderzochte jaarstukken, vergezeld van de bevindingen van de commissie worden niet later dan zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, ter vaststelling aangeboden aan de algemene vergadering. De vaststelling door de algemene vergadering zonder enig voorbehoud strekt het algemeen bestuur tot decharge voor hetgeen blijkens de jaarstukken en de daaraan ten grondslag liggende administratieve bescheiden werd verricht.
  8. In de sub 7 bedoelde algemene vergadering brengt het algemeen bestuur tevens zijn jaarverslag uit.
  9. De interne financieel-administratieve verhoudingen tussen het algemeen bestuur van de vereniging enerzijds en de besturen van de afdelingen anderzijds kunnen nader worden geregeld bij daartoe door de algemene vergadering vast te stellen reglement of daartoe te nemen ander besluit.

Algemene vergadering.

Artikel 19.

  1. Aan de algemene vergadering, komen alle bevoegdheden toe, welke niet door de wet, deze statuten of enig reglement aan anderen zijn toegekend.
  2. Jaarlijks wordt tenminste een algemene vergadering gehouden, in welke vergadering ondermeer:
    1. het jaarverslag wordt behandeld.
    2. het verslag van de financiële controlecommissie wordt behandeld.
    3. wordt behandeld de balans en de staat van ontvangsten en uitgaven zowel van de vereniging als van de afdelingen als hiervoor in artikel 18 lid 5 bedoeld.
    4. worden behandeld de verslagen van eventueel door het algemeen bestuur ingestelde commissies.
    5. wordt voorzien in vacatures in het algemeen bestuur.
    6. de begroting voor het komende verenigingsjaar, als bedoeld in artikel 18 lid 3 wordt vastgesteld.
    7. de financiële controlecommissie voor het komende verenigingsjaar wordt aangewezen, waarbij naast de drie leden bedoeld in artikel 18 lid 6 ook een plaatsvervangend lid wordt benoemd.
    8. de bijdragen van leden en begunstigers voor het komende verenigingsjaar worden vastgesteld.
    9. door het algemeen bestuur verslag wordt gedaan van de gang van zaken in het lopende verenigingsjaar.
    10. door eventueel door het algemeen bestuur ingestelde commissies verslag van hun werkzaamheden in het lopende verenigingsjaar wordt gedaan.
    11. wordt behandeld het geen verder door het algemeen bestuur, de afdelingsbesturen of de leden ter tafel wordt gebracht.
  3. Daarnaast worden algemene vergaderingen gehouden indien het bestuur zulks nodig of wenselijk oordeelt, dan wel daartoe aan het bestuur het schriftelijk verzoek wordt gedaan door een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van tenminste een/tiende gedeelte der stemmen in een algemene vergadering, waarin alle leden aanwezig zijn of van tenminste twintig leden indien de vereniging meer dan tweehonderd leden telt. In het laatste geval is het bestuur gehouden uiterlijk twee weken na ontvangst van het verzoek een algemene vergadering te beleggen voor een tijdstip niet later dan vier weken na die ontvangst. Bij gebreke hiervan zijn de verzoekers zelf bevoegd tot bijeenroeping van de vergadering over te gaan, mits tegen een tijdstip niet later dan acht weken na verzending van het verzoek aan het algemeen bestuur, zulks met achtneming van hetgeen in deze statuten omtrent de bijeenroeping van algemene vergaderingen is bepaald, met dien verstande dat de persoonlijke oproep aan ieder lid kan worden vervangen door een of meer advertenties in een in de gemeente, waar de vereniging statuur is gevestigd, veel gelezen dagblad.
  4. De bijeenroeping van de algemene vergaderingen geschiedt behoudens het hiervoor in lid 3 van dit artikel bepaalde door het algemeen bestuur en wel schriftelijk aan de adressen van alle vergadergerechtigden, zoals in de administratie van de vereniging bekend, onder vermelding van plaats en tijdstip der vergadering alsmede de agenda. Ter beoordeling van het algemeen bestuur kan voren gemelde schriftelijke oproep aan alle vergadergerechtigden worden vervangen door een oproep in het verenigingsblad, tenzij een voorstel tot wijziging van de statuten of tot ontbinding der vereniging aan de orde komt. De termijn van oproeping bedraagt veertien dagen, dag van oproep en die der vergadering niet meegerekend.

Toegang, voorzitterschap, stemrecht, besluitvorming.

Artikel 20.

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden, juniorleden, jeugdleden, ereleden en leden van verdiensten, en voorts die personen, wier aanwezigheid de voorzitter der vergadering gewenst acht.
  2. Een meerderjarige vergadergerechtigde kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een andere vergadergerechtigde als gevolmachtigde, zulks door middel van een schriftelijke, naar het oordeel van de voorzitter der vergadering voldoende volmacht. Een vergadergerechtigde kan slechts voor ten hoogste twee andere vergadergerechtigden als gevolmachtigde optreden. Een aldus vertegenwoordigde vergadergerechtigde wordt voor de toepassing van de wet, deze statuten en enig reglement tot de aanwezigen gerekend.
  3. De voorzitter der vereniging en bij diens belet of ontstentenis de vicevoorzitter treedt als voorzitter van de algemene vergadering op. Zijn geen van beiden ter vergadering aanwezig dan wordt het voorzitterschap waargenomen door een der andere algemene bestuursleden, daar toe door het algemeen bestuur aan te wijzen. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien dan geschiedt zulks door de vergadering zelf.
  4. Van het verhandelde in de algemene vergadering worden notulen gehouden door de algemeen secretaris, dan wel door een ander daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden door de voorzitter en degene, die als notulist is opgetreden vastgesteld en ten blijke daarvan door beiden getekend. Een afschrift daarvan wordt met de oproep tot de eerstvolgende algemene vergadering aan de leden toegezonden, dan wel wordt medegedeeld, dat deze op een voor alle leden gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage liggen.
  5. Ieder gewoon lid heeft drie stemmen. Ieder juniorlid en ieder jeugdlid heeft één stem. Ereleden en leden van verdiensten hebben stemrecht indien zij tevens lid
    van de vereniging zijn.
  6. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen, tenzij in deze statuten anders mocht zijn bepaald.
  7. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  8. Indien bij stemming houdende verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het hoogste en het daaropvolgend aantal stemmen hebben behaald en is degene gekozen die bij die tweede stemming de meerderheid der uitgebrachte stemmen heeft verkregen. Indien bij de tweede stemming de stemmen staken beslist het lot. Indien bij de eerste stemming één persoon het hoogste en twee andere een daaropvolgend gelijk aantal stemmen op zich hebben verenigd wordt eerst een tussenstemming gehouden teneinde te bepalen wie van beide laatsten aan de tweede stemming zal deelnemen. Staken bij die tussenstemming de stemmen dan beslist het lot.
  9. Ingeval van staking van stemmen over een voorstel, niet rakende de verkiezing van personen is geen besluit tot stand gekomen.
  10. Alle stemmingen geschieden mondeling tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of daarom door één der stemgerechtigden voor de stemming wordt verzocht.
  11. Het ter vergadering door de voorzitter der vergadering uitgesproken oordeel dat door de algemene vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit indien gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  12. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de vergadering hiertoe besluit of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, wanneer tenminste één stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

Afdelingen.

Artikel 21.

  1. De in artikel 3 lid 1 bedoelde afdelingen hebben tot taak de bijzondere en blijvende aandacht te besteden aan het deelgebied van de activiteiten der vereniging, waarop zij zich blijkens hun naam dienen te richten en zoals dit eventueel nader bij enig door de algemene vergadering vastgesteld reglement of ander besluit nader kan worden geregeld.
  2. De leden van de afdeling vormen tezamen de afdelingsvergadering.
  3. Door de afdelingsvergadering kan ter nadere regeling van de werkzaamheden der afdeling een afdelingsreglement worden vastgesteld, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met de wet, deze statuten en enig reglement der vereniging. Een dergelijk reglement behoeft de goedkeuring van het algemeen bestuur van de vereniging.
  4. Leden van een afdeling kunnen slechts zijn zij die als lid van de vereniging zijn toegelaten, zich bij het afdelingsbestuur hebben aangemeld en door het afdelingsbestuur als zodanig zijn aanvaard. Bij het reglement hiervoor in lid 3 bedoeld kunnen nadere regels omtrent het lidmaatschap van de afdeling worden gesteld. Ten aanzien van de verkrijging en de beëindiging van het afdelingslidmaatschap vindt het in deze statuten ten aanzien van het lidmaatschap der vereniging bepaalde zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor algemeen bestuur dient te worden gelezen afdelingsbestuur en voor algemene vergadering afdelingsvergadering, alles indien en voor zover daarvan bij het afdelingsreglement niet is afgeweken.
  5. Het bestuur van een afdeling bestaat uit tenminste vier leden, waarvan de voorzitter in functie wordt gekozen. Het afdelingsbestuur verdeelt eventuele verdere functies in onderling overleg. De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon worden verenigd.
  6. De leden van het afdelingsbestuur worden door de afdelingsvergadering uit de leden van de afdeling gekozen. Ten aanzien van de verkiezing, de zittingsduur en het einde van het bestuurslidmaatschap vindt het ten aanzien van de verkiezing, de zittingsduur en het einde van het bestuurslidmaatschap in deze statuten ten aanzien van leden van het algemeen bestuur bepaalde zoveel mogelijk overeenkomstig toepassing, met dien verstande dat voor algemeen bestuur dient te worden gelezen afdelingsbestuur en voor algemene vergadering afdelingsvergadering.
  7. Het afdelingsbestuur stelt voor de afdeling een eigen begroting op, welke na goedkeuring door de afdelingsvergadering ter opneming in een geconsolideerde begroting zo tijdig wordt voorgelegd aan het algemeen bestuur, dat deze in de begroting der vereniging, bedoeld in artikel 18 lid 3 kan worden opgenomen. Het budget wordt neergelegd in de volmacht, bedoeld in artikel 16 lid 5.
  8. Afdelingsbesturen brengen na verkregen goedkeuring van de afdelingsvergadering na afloop van een verenigingsjaar zo tijdig verslag uit aan het algemeen bestuur, dat deze verslaggeving in het in artikel 18 lid 8 bedoelde jaarverslag kan worden opgenomen.
  9. Het hiervoor in lid 8 bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de na afloop kan een verenigingsjaar door het afdelingsbestuur op te stellen door het algemeen bestuur verlangde financiële bescheiden. Ten aanzien van de begroting, de jaarstukken en het jaarverslag van de afdeling vindt overigens zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing hetgeen in deze statuten omtrent de begroting, de jaarstukken en het jaarverslag van de vereniging is bepaald, met dien verstande, dat onderzoek door een afzonderlijke financiële controlecommissie achterwege kan blijven.
  10. Ook overigens vinden ten aanzien van het functioneren van de afdelingen en hun organen de bepalingen dezer statuten ten aanzien van de dienovereenkomstige organen van de vereniging zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing, tenzij daarvan bij reglement als hiervoor in lid 3 bedoeld anders mocht zijn bepaald.
  11. Bij besluit van de algemene vergadering van de vereniging kunnen bestaande afdelingen worden opgeheven – zulks evenwel uitsluitend nadat de afdelingsvergadering zich voor opheffing heeft uitgesproken – dan wel nieuwe afdelingen worden ingesteld.

Commissies en reglementen.

Artikel 22.

  1. Door de algemene vergadering kunnen ter nadere regeling van de werkzaamheden der vereniging één of meer reglementen worden vastgesteld, welke te allen tijde door de algemene vergadering kunnen worden gewijzigd of ingetrokken. De bepalingen van dergelijke reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.
  2. Door het algemeen bestuur kunnen ter uitvoering van bepaalde onderdelen van de werkzaamheden commissies worden ingesteld, waarvan de taakomschrijving, samenstelling en werkwijze door het bestuur worden bepaald en kunnen worden gewijzigd. Dergelijke commissies verrichten hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur. Zij kunnen door het algemeen bestuur te allen tijde worden opgeheven.

Statutenwijziging.

Artikel 23.

  1. Tot wijziging van de statuten kan worden besloten door de algemene vergadering, hetzij op voorstel van het algemeen bestuur, hetzij op voorstel van een zodanig aantal leden als ingevolge artikel 19 lid 3 bevoegd is de bijeenroeping van de algemene vergadering te verlangen.
  2. Bij de oproep voor de algemene vergadering wordt melding gemaakt van het voorstel tot statutenwijziging, waarvan de tekst voor de dag van oproeping tot na afloop van de algemene vergadering op een voor alle leden gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage dient te liggen.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste een/derde van het aantal leden aanwezig is. Is in een vergadering minder dan een/derde van het aantal leden aanwezig dan wordt binnen zes weken na de vorige vergadering een nieuwe vergadering gehouden, waarin over het voorstel tot statutenwijziging een besluit kan worden genomen met tenminste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezigen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat deze in een notariële akte is vastgelegd. Tot het doen verlijden van deze akte is ieder bestuurslid bevoegd.

Ontbinding.

Artikel 24.

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering, hetzij op voorstel van het algemeen bestuur, hetzij op voorstel van een zodanig aantal leden als ingevolge artikel 19 lid 3 bevoegd is de bijeenroeping van de algemene vergadering te verlangen.
  2. Bij de oproep tot de algemene vergadering dient melding te worden gemaakt van het voorstel de vereniging te ontbinden.
  3. Het bepaalde in artikel 23 lid 3 van deze statuten vindt overeenkomstige toepassing.

Vereffening.

Artikel 25.

  1. Ingeval van ontbinding van de vereniging geschiedt de vereffening door het algemeen bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding dan wel door de rechter een of meer andere vereffenaars zijn benoemd.
  2. Gedurende de vereffening blijven deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  3. Aan een eventueel batig saldo van de vereffening wordt door de algemene vergadering een bestemming gegeven, welke zoveel mogelijk met het doel der vereniging overeenstemt, tenzij de algemene vergadering bij het besluit tot ontbinding anders beslist.

Slotbepalingen.

Artikel 26.

  1. De vereniging kan in naam van de leden verplichtingen aangaan, voor zover die verplichtingen voortvloeien uit de omstandigheid, dat de vereniging lid is van het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond en van de Koninklijke Nederlandse Roeibond.
  2. Op leden die gerechtigd zijn om aan wedstrijdactiviteiten deel te nemen zijn de statuten en reglementen van het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond en de Koninklijke Nederlandse Roeibond, van toepassing.

Artikel 27.

De hiervoor in artikel 26 onder lid 2 genoemde leden die de roeisport beoefenen en financiële afdracht doen aan de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, zijn verplicht  om:

    1. Het Nationaal Dopingreglement Nederlandse Sport (Dopingreglement) en het tuchtreglement van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond (KNRB) waarbij de vereniging is aangesloten, zoals die thans luiden of te eniger tijd in gewijzigde vorm luiden, op hen te aanvaarden en daaruit voortvloeiende verplichtingen na te leven en om, indien vereist, aan de uitvoering van die bepalingen hun medewerking te verlenen;
    2. in geval van (verdenking van een) overtreding van het Dopingreglement en/of het tuchtreglement van de KNRB of van andere bonden, waarbij de vereniging is aangesloten, te allen tijde en zonder enig voorbehoud volledig de toepasselijkheid op hen van het Dopingreglement en/of de tuchtrechtspraak van de KNRB, zoals neergelegd in of vanwege statuten van de KNRB, te aanvaarden;
    3. de sancties, die op grond van dit Dopingreglement en/of tuchtreglement aan hen worden opgelegd, bij onherroepelijk worden van deze sancties, te aanvaarden; en
    4. te aanvaarden dat deze sancties een grond kunnen zijn voor ontzetting uit het lidmaatschap.

2. De op grond van het Dopingreglement en/of tuchtreglement aan een lid van de
vereniging opgelegde sancties kunnen, bij onherroepelijk worden van deze
sancties, een grond zijn voor ontzetting van het lid uit het lidmaatschap van de
vereniging.

Artikel 28.

 

In alle gevallen niet in deze statuten of enig reglement voorzien alsmede bij geschil over de uitleg van enige bepaling dezer statuten of van een reglement beslist de algemene vergadering op voorstel van het algemeen bestuur.

Artikel 29.

Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen

overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt.

Zaanstad, 10 augustus 2016

Huishoudelijk reglement

Overgenomen uit de Statuten en Huishoudelijk Regelement Zaanlandsche Zeil Vereeniging K.v.K. voor Zaanland No. 40617144.

Rechten en verplichtingen van de leden.

Artikel 1.

  • De leden hebben het recht bij het algemeen bestuur en/of de afdelingsbesturen voorstellen ter behandeling in de algemene- en of afdelingsvergadering in te dienen. Een dergelijk voorstel mag niet in strijd zijn met de doelstellingen van de vereniging en dient behoorlijk geformuleerd, tenminste 14 dagen voor de dag van de vergaderingen bij de betreffende besturen te zijn binnengekomen.

Artikel 2.

  1. Elk lid is persoonlijk aansprakelijk voor schade door hem/haar toegebracht aan eigendommen van de vereniging en/of zaken welke de vereniging op dat moment onder haar berusting heeft.
  2. De leden hebben tijdens de gebruikelijke openingstijden toegang tot de diverse verenigingsgebouwen en locaties.

Bijdragen van de leden.

Artikel 3.

  1. Voor de vaststelling van de jaarlijkse bijdrage worden de leden ingedeeld in de navolgende groepen:
    1. Zeilleden – gewone leden.
    2. Zeilleden – junioren.
    3. Gezinsleden – zowel gewone leden als junioren.
    4. Roeileden – gewone leden.
    5. Roeileden – junioren.
    6. Roeileden – jeugd.
    7. Combinatie zeil-/roeileden – gewone leden en junioren.
    8. Roeileden – buitenleden.
    9. Begunstigers.
  2. Elk nieuw lid betaalt bij zijn toetreding tot de vereniging een entreegeld.
  3. De te betalen contributie en entreegelden voor alle groepen worden, op voorstel van het algemeen bestuur, door de algemene ledenvergadering vastgesteld.

Artikel 4.

  1. De contributie dient binnen 30 dagen na de factuurdatum, doch uiterlijk vóór 1 mei van het lopende verenigingsjaar, te worden voldaan. De Algemene Ledenvergadering, als bedoeld in art. 19 van de statuten kan voor betaling na 1 mei een verhoging van de contributie vaststellen en de contributie voor leden, die in de loop van het jaar lid worden, naar rato vaststellen. Deze verhoging geldt niet voor hen, die zich na 1 mei van het lopende jaar als lid aanmelden.
  2. Alle overige, aan de vereniging verschuldigde bedragen dienen binnen 14 dagen na aanbieding van rekening of kwitantie aan de penningmeester te worden voldaan.
  3. Indien na aanmaning tot betalen van contributie of overige schulden, hieraan niet binnen vier weken wordt voldaan, kan het dan in gebreke zijnde lid, zonder dat dit hem/haar van betalingsverplichting ontheft, door het bestuur het lidmaatschap worden ontzegd, ingevolge artikel 9 lid lc van de statuten.

Het bestuur.

 

Artikel 5.

  • Er dient een rooster van aftreden te worden opgesteld door het algemeen bestuur en de afdelingsbesturen, zodanig dat nimmer een voorzitter, secretaris en penningmeester gelijktijdig aftreden.

Artikel 6.

  • Leden van het algemeen bestuur zijn te allen tijde gerechtigd de afdelingsvergaderingen bij te wonen. De afdelingsbesturen dienen agenda’s en notulen van bestuurs- en ledenvergaderingen aan de voorzitter, secretaris en penningmeester van het algemeen bestuur te zenden.

Artikel 7.

  • Tot de taak der secretarissen behoort het bewaren van de archieven, het houden van de notulen van het behandelde in vergaderingen, het voeren van de correspondentie, het opstellen van de jaarverslagen, het bijhouden van het ledenregister en het doen tekenen van de presentielijsten. Beheer van het register van de bezittingen van de vereniging berust bij de secretaris van het algemeen bestuur. Genoemde registers liggen voor de leden ter inzage tijdens de algemene ledenvergadering.

Artikel 8.

  • De penningmeester van het algemeen bestuur is belast met het beheer der waarden van de gehele vereniging. In zijn functie wordt hij terzijde gestaan door de afdelingspenningmeesters. De controle op aan de afdelingen opgedragen financieel beheer, valt eveneens onder zijn verantwoordelijkheid.

Artikel 9.

  • De afdelingsbesturen zorgen voor de aanschaffing en het onderhoud van het materiaal van de vereniging, binnen de jaarlijks af te geven volmachten als bedoeld in artikel 16 lid 5 van de statuten.

Dispensatie en wijziging van het huishoudelijk reglement.

Artikel 10.

  • Dispensatie van de bepalingen van het huishoudelijk reglement, mits niet het doel van de vereniging betreffende, kan door de algemene ledenvergadering worden verleend met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

Artikel 11.

  • Wijzigingen in het huishoudelijk reglement kunnen slechts worden gemaakt door een algemene ledenvergadering met gewone meerderheid van stemmen. Voorstellen tot wijziging van het huishoudelijk reglement moeten in die oproep tot die algemene ledenvergadering volledig worden omschreven.

Vlag en standaard.

Artikel 12.

  • De vlag is rechthoekig met een lengte van 1½ x de hoogte. De drie horizontale banen van gelijke breedte zijn gekleurd: milori blauw, wit en milori blauw. De standaard is driehoekig met een lengte van 1½ x de hoogte. De bovenste helft is wit en de onderste helft milori blauw. In het midden van de vlag en de standaard bevindt zich een zwarte ruit op de punt; het midden van de ruit bevindt zich bij de vlag op 1/3 en bij standaard op 2/7 van de lengte. De verhouding van de lengte-diagonaal tot de hoogte-diagonaal van deze ruit is 14:9. In de ruit staat in wit een onklaar anker met links, boven en rechts van de stok, in deze volgorde, de letters Z.Z.V. Het insigne is geheel gelijk aan de standaard.
  • Alleen leden zijn gerechtigd de standaard te voeren en het insigne te dragen. De bestuursleden en ereleden hebben het recht de rechthoekige standaard te voeren.
  • Die van de voorzitter is wat uitvoering betreft, gelijk aan de boven omschreven driehoekige standaard.
  • De standaard van de vicevoorzitter heeft in het witte gedeelte aan de stok een blauwe bal, de standaard van de andere bestuursleden heeft in het witte gedeelte aan de stok een blauwe bal en in het blauwe gedeelte aan de stok een witte bal. De rechthoekige standaard van de ereleden heeft aan het einde een driehoekige insnijding.

Slotbepalingen.

Artikel 13.

  • De uitlegging of verklaring van dit reglement, voorzomer daarover twijfel mocht bestaan, is aan het bestuur voorbehouden.

Artikel 14

  • De ZZV privacy verklaring maakt onderdeel uit van dit huishoudelijk reglement.

Artikel 15.

  • In alle gevallen, waarin de statuten of het huishoudelijk reglement niet voorzien, beslist de algemene ledenvergadering. De statuten en het huishoudelijk reglement zijn vastgesteld in de algemene leden vergadering van 12 november 1996 en aangepast na de algemene leden vergadering van 29 mei 2018.

PdfDownloaden versie 1 FCS, april 2018